Hij was niet al te groot, niet al te klein en ook niet opvallend. Eenvoudig, zelfs in zijn voorkomen. Het meest opvallend nog de lijnen in zijn gelaat- als duizend kleine paadjes, met nog kleinere zijwegen op een levende landkaart. En iedere lijn doorkruiste zachtjes weer een andere. Ik zag hem vanuit een ooghoek in mijn deuropening staan en wel net op het moment dat ik mijn jas al half aan had om de deur uit te gaan. “Heb je even tijd voor mij?’ vroeg hij vriendelijk. “Uh, wie bent u? Ik wilde eigenlijk…”

Hij onderbrak mijn gemurmel en zei: “Ik ben het Geduld en ik heb de indruk dat ik iets voor je kan betekenen.” Het voelde bijna zo bezwaarlijk als geen tijd nemen om naar het toilet te gaan. En met die gedachte gaf ik het Geduld de ruimte en ook maar die kop koffie die hij uiterst beheerst aannam. Ik verwachtte dat hij iets zou zeggen, maar hij zat daar maar en glimlachte af en toe – naar mij of naar iets wat ik niet kon zien, dat weet ik niet. Minuten verstreken en ik werd wat nerveus. Hij merkte het gelijk op en zei dat hij me aan het plagen was. Geduld bleek dus een pestkop met een innemende glimlach.

“Heb je niets beters te doen vandaag dan mij te plagen”, vroeg ik wat utdagend. “Nou, om me even op mijn vriend Eerlijkheid te beroepen, op dit moment niet. Er wordt niet meer zoveel beroep op mij gedaan vandaag de dag en ik voel me wel wat ondergewaardeerd. Vroeger was alles beter. Toen wist men nog wat men aan mij had. Maar tegenwoordig ben ik zoekende naar een manier om deze mens van nu weer te bereiken. In het collectief overheerst de waarde van de tijdwinst, dus mijn hoop is gevestigd op de individuele mens. Maar dat vergt wat Geduld, zogezegd.

Vroeger had ik het makkelijker, werd ik gewoon van hogerhand opgelegd. Tegenwoordig is het anders. Moet men eerst gaten slaan in de tijd door zich te vergissen in de zogenaamde kortere wegen. Zo zijn er al heel wat gaten in de tijd geslagen die wetmatig op iemands toekomstig pad gelegd worden. En dan valt zo iemand dus in zijn eigen tijdsgat. Het is als een soort kosmisch ganzenbord: het spel begint, men komt vooruit, soms te snel in gretigheid dan komt men al gokkend op geluk automatisch in de put. Vervolgens moet men gefrustreerd weer terug naar start, en zo gaat er in het geen beroep doen op mij veel tijd, maar ook veel ruimte voor mooie dingen verloren.” Ik probeerde te volgen waarom bijvoorbeeld kiezen voor een snellere maaltijd, de Gamma of dat orgasme tussendoor vergeleken werd met Ganzenbord.

Hij leek mijn gedachte te raden en zei: “Het heeft met intensiteit te maken. Alles, inclusief de ziel zelf, heeft behoefte aan natuurlijke intensiteit. Die kun je niet onnatuurlijk opwekken. Doe je dat toch, dan vervlakt alles automatisch. Bovendien doe je je omgeving en jezelf onrecht aan. Niets en niemand kan worden waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Geen mens ontdekt meer wie hij in wezen is en identificeert zich enkel nog in gemakkelijk gekozen rollen, omdat niemand meer de tijd neemt om erachter te komen wie hij is. Waarom denk je dat het nu overal zo’n zootje is? Wat heb je aan andere capaciteiten als je geen Geduld aan je zijde hebt? Ik ben belangrijker in mijn eenvoud dan menig andere actuele kracht.”

Ik leek iets van boosheid te bespeuren en vroeg me af of het Geduld het ook wel eens van zichzelf kon verliezen. Ook deze gedachte ontging hem niet. “Nee”, zo vervolgde hij zuchtend. “Dit is geen boosheid. Jouw ego accepteert de diepte van mijn woorden niet. Je neemt te snel iets aan en zie: er ontstaat al onbegrip en afstand.”

Toegegeven, op dit moment voelde ik mij gekrenkt en voor dom versleten. Geduldig als hij was, zei hij: “Je kunt nog zo wijs zijn, maar als je geen geduld bezit heb je niets. Om het geduld weer te kunnen omarmen, moet je je ontdoen van persoonlijke negatieve ervaringen en van wat jij verward hebt met het beoefenen van geduld. Ieder tevergeefs wachten was niet het falen van mijn aanwezigheid. Dat was je eigen blindheid voor de gaten die je al eerder in de tijd geslagen had. En zelfs met dit gegeven mag je opnieuw beginnen niet als een falen zien, maar als iets dat je vieren kunt. Als een toast die je vol dankbaarheid en vreugde uitbrengt ‘Op Nieuw’. Laat dan vervolgens nog wat meer de controle los op de vorm, wacht met het geduld aan je zijde hoe zich in verbrede waarneming paden ontvouwen en samen kunnen komen. Zónder mij geen zaden die optimaal tot bloei en vervolgens in het licht kunnen komen.”

Zo ineens als hij gekomen was, was hij ook weer weg. Maar niet helemaal, want het voelde alsof er zojust een zaadje opnieuw in mijn hart was geplant. En ík… zou er goed voor zorgen.