Penstreek

Het was al wat later en ik wilde net naar bed gaan tot ik ineens wat door mijn tuindeuren zag komen. Het was een wit licht en eenmaal dichterbij gekomen zag ik dan toch dat het Nelson was.

“Wat doe jij hier? Ik had je bijna niet herkend”, zei ik hem. Hij verontschuldigde direct voor zijn voorkomen: “Tja, valt mij ook een beetje tegen dat ik helemaal wit rondwaar nu. God zou me op z’n minst nog een beetje ’n sepia-schijn hebben mogen geven, trots als ik ben op mijn afkomst.”

Dat snapte ik wel. Nelson zei dat hij even een pauze wilde nu hij vijf dagen lang tussen hemel en aarde nog wat mensen moest bezoeken en had voor deze pauze per abuis mijn woonstee uitgekozen. “Neem plaats”, zei ik hem en bood hem een stoel aan.

Hij zweefde er dwars doorheen en haalde zijn lichtgevende schouderpartij op. Het zweven was niet zo vermoeiend als het leek, zo verzekerde hij mij, dus hij bleef gewoon wat langer hangen.
Hij leek wel verlegen om een praatje, dus nodigde ik hem uit om te vertellen over zijn gevangenschap op Robbeneiland. Of hij daar geen last meer van had. “Nu zeker niet meer, zei hij. Maar ook in mijn leven was het de uitdaging om de gevangenschap te leren transformeren naar een leerschool. De beste leerschool die het leven mij geboden heeft om de vrede in mezelf te vinden en deze daarna ook uit te dragen. Ik ging namelijk de dialoog aan met mijn bewakers en voelde evenveel compassie met hen als met mijn medegevangenen. Immers, een mens die een ander mens van zijn vrijheid berooft, is een gevangene van de haat, opgesloten achter de tralies van vooroordelen en kleingeestigheid.”

Ik zweeg even. Er leek een telefoon te rinkelen en ik zag Nelson’s hand naar zijn oor gaan. Hij leek te praten op een privélijn van de hemel zelf.
“Ja, of je even door wilt geven dat er toch wat sepia… Wat zeg je? Ja, ik weet dat ik niet zoveel tijd meer heb. Maar ik was nog nooit in Roermond geweest en ook hier kan men wel wat vrede gebruiken… Ja…ik snap het… Goed, ik zal het kort houden… Geef me nog vijf minuten hier en liefst nog een beetje sepia. Hoezo daar ga jij niet over? Wat bedoel je met nog niet eerder een kleurverzoek gehad? Regel ’t maar. Met mijn staat van dienst mag er toch op zijn minst een beetje sepia… Oké, oké. We hebben het er nog wel over als ik aankom. En nee, ik wil niet met Gijsen spreken.”

Hij zweefde nu weer wat naderbij en zei “Ja sorry. Ik word om de vijf minuten gebeld door de afdeling Hemeltransport. Waar was ik gebleven?”
Ik hield mijn gezicht in de plooi en zei: “Bij Robbeneiland”
“Juist ja… Daar heb ik genoeg over geschreven. Lees mijn boek De lange weg naar vrijheid maar. Haha, die weg blijkt 94 jaar lang. Maar wat ik je ook nog wil vertellen is dat er geen kwaad is dat altijd duurt en evenmin geen goed dat nooit eindigt. Een leven lang voor vrede gevochten en ik ben nog niet helemaal heengegaan of nog niet begraven en men ruziet al over waar ik begraven word en wie mijn vermogen krijgen moet. Misschien dat jij nog eens kunt uitzoeken waarom vrede niet beklijft.” Ik beloofde hem mijn best te doen. Hij lichtte nog even wat meer op, zichtbaar blij met mijn belofte.

“Ik moet nu gaan”, zei hij. “Nog wat mensen bezoeken. Misschien in hun slaap nog wat boodschappen influisteren.”
“Mag ik jou dan ook nog om een gunst vragen?”, vroeg ik.
Dat mocht ik, en hij beloofde nog een extra bezoekje af te leggen. Geert Wilders zal misschien wat verlicht wakker worden en zich afvragen waarom hij toch het eerste uur van de dag in sepia beziet.

D.D.

(Zie HIER voor bron)

Blog   , , , ,
Soms noem je het dan maar toeval.
Van de week was ik bij mijn huisarts. Een aardige man, die al vanaf mijn vierde mijn huisarts is. Hij heeft altijd uitzonderlijke recepten. Toen ik me bij hem beklaagde dat ik zoveel dacht zei hij eens: “Danny, dat is geen ziekte, dat is een aard- je bent gewoon een filosoof. Die denken veel. Nu ga je boek eens afmaken.”
Deze week vertelde hij heel poëtisch dat roken de nagel aan mijn doodskist was en dat ik maar een afscheidsgedicht moest maken over deze verboden vrucht en dan vooral in acht moest nemen dat Eva ook uit het paradijs gestuurd was.
Hij vertelde ook dat zijn praktijk zou verhuizen naar de Kapel, er een boom van 120 jaar oud in de tuin stond en sprak over de energie die deze boom vast bezat. En dat ervoor gekozen was de begraafplaats voor de broeders zaliger in ere te houden.
Nu heb ik één van die broeders goed gekend en op een of andere manier komt hij toch steeds weer om de hoek van mijn kosmos kijken.Zo was ik eens meegenomen naar een medium door een nog vager figuur dan ikzelf, namelijk een politicus. (Ik word dan automatisch een beetje nors, want er wordt zoveel spirituele shit naar je hoofd gegooid, dat je door de vertroebeling de mist niet eens meer zien kan.)
Na de voorspelbare aanwezigheid van oma en opa, de vrede om me heen enzo, zei het medium: “He, dat is vreemd. Er meldt zich een broeder. Normaal heeft de kerk niet zo veel op met dit soort van spiritualiteit dus dit is bijzonder.” Ik vond het ook vreemd en bijzonder.
Broeder Norbert kwam vroeger elke zondag bij ons thuis. Jarenlang. Een dove broeder, die bij binnenkomst de hond steevast begroette met een welgemeend ´He Rakker, dag jongen´. Mijn vader die genoot van zijn doofheid zei dan altijd zo hard als hij kon, ter vermaak van het overige bezoek: ‘Dag rukker, dag oude geile bok…’ , en glimlachend om ieder zichzelf keken ze elkaar dan aan.
Ikzelf heb altijd getwijfeld aan de doofheid van de broeder en verdacht hem dan ook van heimelijk vermaak. Mijn ouders gingen vaker weg, meestal op zondag. ‘Pas goed op en… maak jij straks koffie voor de broeder, Danny?’ Tegenover me stopte de broeder dan ritueel zijn pijp en begon vervolgens weer over zijn missiewerk in de Congo en de ´zwartjes´ die hem altijd over het water droegen zodat hij droog bleef. Nu wist ik ook gelijk hoe Jezus dat toen gedaan heeft. “Van hem krijg je de spirituele inzichten”, vervolgde het medium. `Norbertus zendt je zijn lieflijke groetjes.” Ik gaf hem maar gelijk de groeten terug en ging toen naar huis. Ik wist in ieder geval nu zeker dat hij niet doof was, als hij me zelfs in de hemel horen kon.Goed, ik dwaal af. Terug naar de dokter, de nagel aan mijn doodskist en zijn uitzicht op de kloostertuin, met daarin ook de rustplaats van broeder Norbertus van Schaijk zaliger.Ik zal mijn laatste verboden vrucht dan ook vrijwillig aan hem afstaan. Hij rookte toch altijd al graag. Toevallig.

(klik HIER voor de bron)
Geen categorie   ,