Taaldrama

Cultuureducatie in het algemeen en taal/drama-onderwijs in het bijzonder draagt bij aan de taalvorming alsmede aan de culturele en sociale ontwikkeling van leerlingen. In die zin verdient deze discipline een vooraanstaande plek in het schoolwerkplan van elke schoolorganisatie.

Als onderdeel van de doorlopende leerlijn voor cultuuronderwijs vormen onze lessen in taaldrama voor zowel voortgezet als basis- en beroepsonderwijs een waardevol basisbestanddeel voor zowel taalontwikkeling als culturele vorming. Sinds jaar en dag speelt Woordwerkhuis een belangrijke rol bij het voorbereiden en verzorgen van lessencycli die beantwoorden aan de vooropgezette doelen op het gebied van taal/drama- en cultuureducatie.

Integreerbaar in bestaande lessencycli / projecten

Hoe leer je schuchtere, taalzwakke of anderstalige kinderen op een speelse manier omgaan met gesproken taal? Hoe breng je een gesloten kind in zijn kunnen? Hoe leer je een beweeglijk kind controle over zijn lichaam krijgen? Hoe stimuleer je een luisterhouding en respect voor elkaar? Hoe reik je in ongedwongen sfeer taal aan? Hoe bouw je aan zelfvertrouwen?

Taal/drama-educatie met oog voor het individuele kind levert verrassende resultaten op voor spreekvaardigheid, het zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. In een cyclus van tien tot twaalf weken wordt op een speelse manier met diverse theatervormen en taal gewerkt, op een wijze die respect voor elkaar, zelfvertrouwen en (taal)integratie bevorderen.

De lesstof sluit desgewenst aan bij bestaande methodes, projecten of lesmateriaal

 

Doelstellingen

* Meer zelfvertrouwen ontwikkelen om zich zowel mondeling als in beweging te uiten

* verschillende dramatechnieken aanleren

* spelenderwijs de woordenschat vergroten

* sociale vaardigheden bevorderen

* stimuleren van fantasie in spel

 

Doelgroepen

* kinderen van groep 3 tot en met 8

* basisscholen die dramatische werkvormen willen inpassen in het taalonderwijs

 

Opzet

Kinderen moeten na een tweetal keren vertrouwd zijn met de speelse, maar gestructureerde werkwijze, waardoor het vertrouwen en de motivatie gewaarborgd blijven. De taal/dramalessen worden op schrift gesteld in de vorm van lesbrieven (planning). Daarnaast wordt het verloop van de les gedocumenteerd (evaluatie). De lesbeschrijvingen gaan in op:

* de werkvorm(en): dramatiseren (van bijvoorbeeld emoties of spreekwoorden), improviseren, kijken en verwoorden, (panto)mime, spreken, dialogen formuleren etc.

* het thema: zoals ‘aanbellen en opendoen’, ‘samenwerken’, ‘fabeldieren’ of een emoties zoals bijvoorbeeld ‘boosheid’;

* de randvoorwaarden: benodigde materialen, voorwerpen, kleding.

 

De lesbrief met betrekking tot de afzonderlijke lessen beschrijft

* de opdracht

* de verhaallijn (‘zo moet je verhaal gaan’)

* de rollen (eventueel met toelichting)

* spelsuggesties (‘zo moet je spelen’)

 

Middelen/materiaal

Naast andere werkvormen vormt het poppenspel met onze verzameling expressieve handpoppen een belangrijk onderdeel van het aanbod aan didactische hulpmiddelen. Bij de onderbouw is de heks Thalia, een pop die net zo verlegen als lief is, bij de les. Ze heeft een drempelverlagende functie en leidt de kinderen zowel het verhaal als het spel in. Voor bepaalde opdrachten zijn eenvoudige spelattributen, kledingstukken of specifieke voorwerpen wenselijk en soms nodig.

Taal

Vaak wordt gevraagd om samen te denken, samen rijm of rap te verzinnen en het verhaal af te maken. Hierdoor krijgen zowel het spontane/individuele taalgebruik als het aangereikte (algemene) Nederlands extra kansen. Spelend leren verrijkt ook de vrije tijd van de kinderen op een structurele manier. Resultaat: zowel binnen als buiten de klas(m)uren maken de kinderen meer en met meer verbindend resultaat gebruik van het Nederlands.

Meer weten? Neem HIER contact op